Hoofdtekst
Een pastoor, een dominee en een rabbijn komen een goede fee tegen. Ze zegt: `Jullie mogen alledrie een wens doen. Ik zal die wens dan vervullen. Maar er is één voorwaarde: ik wil niet twee keer dezelfde wens horen.' De pastoor zegt: `Ik wil een goede plek in de hemel.' `Gedaan!' zegt de fee. De dominee zegt: `Ik wil heel erg rijk worden.' `Gedaan!' zegt de fee. De rabbijn vraagt zich af: `Tja, wat moet ik nou doen? Het plekje in de hemel is al vergeven; de rijkdom ook... Weet u wat, mevrouw de fee, geeft u mij maar het adres van de dominee.'
Beschrijving
Een pastoor, een dominee en een rabbijn mogen van een goede fee een wens doen, op voorwaarde dat er niet twee keer hetzelfde wordt gewenst. De pastoor vraagt om een goede plek in de hemel, de dominee wil heel rijk worden en de rabbijn vraagt om het adres van de dominee.
Bron
n.v.t.
Commentaar
26 mei 1997
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21