Hoofdtekst
Hofdijk teekent hem als "een man, als David, klein van gestalte - misschien ook rosch van aangezicht, wat ik niet weet, doch voorzeker bruin van vel - maar ook als David groot van moed, en die, met al het vuur, dat blaakte in zijn stoute borst, hijgde naar de gelegenheid, om den Spaansche bedervers hunne streken betaald te zetten."
Die gelegenheid zou zich spoedig voordoen. Omdat het Spaansche leger om Haarlem zeer gedund was, werden er telkens nieuwe afdeelingen krijgsvolk ter versterking heen gezonden.
Zoo was het dan op een kouden dag in Maart 1573, dat een bende Spaansche ruiters, sterk ± 125 man, langs den dijk naar Haarlem trok. 't Hoen, dit vernemende, besloot den vijand aan te vallen, doch kon slechts 18 à 20 man bijeen krijgen, wel is waar een "vuist vol volx", doch het waren uitstekende schutters, op wie te rekenen was.
Door den invallenden dooi was de dijk geheel doorweekt, zoodat de paarden een heel eind in den tot "pappigen modder geregenden kleibodem" zonken. De soldaten vloekten dit akelig land, hetwelk hun den dienst zoo moeilijk maakte.
Onze dappere Vrijbuiter verdeelde zijn kleine bende in twee deelen en legde ze op eenigen afstand van elkaar in het riet op de helling van den dijk in hinderlaag.
Toen de Spaansche lanciers genaderd waren, kwamen 't Hoen en de zijnen uit hun hinderlaag op en vielen hen zoo van voren als van achteren aan. "Negen rookende lonten doen uit even zooveel roeren het geperste kruit ontvlammen, en op hetzelfde oogenblik toonen de ledige zadels en ruiterlooze rossen, hoe goede schutters de Vrijbuiters zijn."
"Dit vallen en opstaan, gins en weder jaaghen - zegt Hooft - duurde tot dat de gansche kornet, geschat op anderhalf hondert koppen, ter neer geworpen was."
Om den vijand niets te laten behouden, wat hun van dienst kon zijn, doodden zij de paarden, die niet zwemmen konden, bonden de andere aan hun jachten vast en verkochten ze te Purmerend.
Geen wonder, dat de naam van 't Hoen op de lippen van vriend en vijand zweefde en ieder hem wilde zien. Zoo werd hij ook ontboden door den Baron van Liques, een der voornaamste aanvoerders der Spanjaarden, die hem natuurlijk vrijgeleide verleende. Hoe verwonderd zag de Baron, toen hij zulk een eenvoudig boertje voor zich zag! Hij wilde hem een belooning geven, doch 't Hoen bedankte daarvoor, zeggende: "Misschien heb ik uw hulp later eens meer noodig." Dit was als profetisch gesproken. Werkelijk viel 't Hoen kort daarna in handen der Spanjaarden en werd toen door bemiddeling van den Baron zonder eenig losgeld in vrijheid gesteld.
(G. van Zeggelaar: Blikken in het verleden van Waterland. Amsterdam 1902, p.142-144)
Onderwerp
SINAT 0999 - Andere Räubergeschichten   
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Tachtigjarige Oorlog   
Spanjaarden   
Govert 't Hoen   
't Oude Hoen   
David   
Spaans   
P.C. Hooft   
Baron van Liques   
Naam Locatie in Tekst
Spanje   
Westzaan   
Hofdijk   
Haarlem   
Spaarndammerdijk   
Purmerend   
