Hoofdtekst
Fulco leefde rond de 13e eeuw, hij was knecht van de heer Gijsbrecht van Amstel en zijn vrouw Bertha. Gijsbrecht en Bertha woonden op het Slot IJsselstein. Op een kwade dag werd Gijsbrecht, in de bossen dicht bij IJsselstein, overvallen en gevangen genomen door Heer Hendrik van Vianen. Hij werd naar Dordrecht gebracht, waar hij streng bewaakt werd en niets anders kreeg dan water en brood. Knecht Fulco besloot al het mogelijke te doen om zijn heer te bevrijden. Als eerste probeerde hij als marskramer mooie spullen te verkopen in het Dordse Slot. De gevangenenbewaarder vertrouwde hem echter niet en het plan mislukte. Voor het volgende plan zocht hij een aantal muzikanten bijeen en verkleedde hij zich als een oude minstreel. Samen studeerden ze verschillende liederen in en reisden langs kastelen om met muziek wat geld te verdienen. Aangekomen op het Kasteel Dordrecht werd de kasteelheer beziggehouden met veel muziek en drank. Ook de gevangenenbewaarder wist Fulco met listen dronken te voeren en vast te binden. Heer Gijsbrecht werd uit zijn cel bevrijd. Fulco gaf hem zijn mantel en kap om hem het kasteel uit te kunnen smokkelen.
Vrouw Bertha en heer Gijsbrecht waren Fulco erg dankbaar voor zijn trouwe hulp, hij werd tot ridder geslagen en benoemd tot kastelein van Slot Heukelom.
Over de heldendaden van Fulco heeft Joh. C. Kieviet (ook schrijver van de boeken van Dik Trom) een boek geschreven, 'Fulco de Minstreel'.
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Fulco de Minstreel   
Gijsbrecht van Amstel   
Bertha   
Slot IJsselstein   
Heer Hendrik van Vianen   
Kasteel Dordrecht   
Slot Heukelom   
Joh. C. Kieviet   
Dik Trom   
Naam Locatie in Tekst
Dordrecht   
