Hoofdtekst
Mijn moeder vertelde dat er enen een vramens moest plagen. Ze gaf hem ne voorschoot, en zei “Morgen moet ge hem komen tonen.” Hij kwam met dienen kapotten voorschoot weer.
Beschrijving
Een man die een vrouw moest plagen, kreeg van de vrouw een schort. De vrouw had gezegd: “Morgen moet je die schort komen laten zien”. De volgende dag kwam de man met de gescheurde schort terug.
Bron
M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964
Commentaar
1.6 Weerwolven
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
469
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ronse   
