Hoofdtekst
En dat wat da’k nu gaan vertellen moet gebeurd zijn rond de jaren 1880. Dat was mijn moeders vader, Jan Cambie en je moeste hij naar huis langs de dode weiden, en dat verkeerde (spookte) daar vroeger, ’t zijn d’r nog die dat tegengekomen hebben. En een gehele nacht heeften hij daar moeten rondlopen, je (hij) vond geen uitweg meer. Een gehele nacht rondgelopen he.
Beschrijving
Een man die 's avonds langs een spookweide naar huis moest, raakte verdwaald.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (kamerlingsambacht)
40
Grootvader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Slijpe   
