Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

STOP0135_0136_20972

Een sage (mondeling), 1964

Hoofdtekst

’t Is hier e meisje geweest, ’t wos de bloeme van den hoek en ze wos mistrouwd. Dien joengen wos e beul voor heur. En ze begoste dat e bitje in heur kop te steken en ozo zag ze nieten anders meer dan zworte katten. En inderdaad ’t liep dor e grote zworte katte roend. Ze zein, de menschen, dat ze betovers wos van die katte. En up zekern keer diezelfste zworte katte kwam in de kerke voor de messe. En de kinders zein: "Zuster, de toverkatte is binnen!" En juuste dat de priester de messe begon, ze sproeng zij up de preekstoel. En o me wieder begosten te zingen, ze begoste miauwen. En ‘k zeggen dor tegen e meisje, ook een van de Bakelandt-soorte: "Laura, durf je gij die katte pakken? Je meugt toen etwot èn." En Laura ging nor de preekstoel, mor die katte liep weg nor ’t koor achter ’t oltaar. En Laura pakte dor die katte. Weet je wuk dat ‘k ik toen gedon èn? ‘k En ik die katte in e zak gestoken en èn ijzerdraad d’r roend geboenden. ‘k An ik ol e pit gemakt en de knecht ging ze toen levend begraven. En weet je wuk dat die joengen toen zei? "Zuster, doe’k ik dormee geen zoende om die toverkatte ezo te begraven?" Z’e nog e tijdje gemiauwd en ’t wos toen gedon. De volgende nacht, up mijn kamer, hoorde’k ik mor oltijd mor leven. E o’k ik an de schakelare trokken zagge’k ik niet. En ‘k vroegen ik mijn toen of: "Zoe dat toch die toverkatte zijn?" ‘k En ik dor olleszins èn holf eure liggen zweten van benauwdheid en almeddèkeer ‘k trokken ik nog e keer an dat korrige (koordje) en ‘k zag dor e muus an mijn hoofdende. De toverkatte wos begraven en iedereen wos verlost van die toverij. De menschen èn achterna nog dikwils gevraagd: "Zuster, ej gij die katte durven levend begraven?"

Onderwerp

SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.    SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   

Beschrijving

Een vrouw die door haar man werd mishandeld, zag overal zwarte katten. In de buurt van haar kat liep daadwerkelijk een zwarte kat rond, zodat de mensen geloofden dat de vrouw door die kat was betoverd. Op zekere dag liep die zwarte kat tijdens de mis rond in de kerk. De kinderen riepen: "Zuster, de toverkat is binnen!" Net op het ogenblik dat de pastoor met de mis begon, sprong de kat op de preekstoel. Toen de parochianen begonnen te zingen, begon de kat te miauwen. De zuster sprak tot één van de schoolmeisjes: "Durf jij die kat te vangen? Dan krijg je een beloning van mij". Het meisje liep naar de kat, die vervolgens naar het koor wandelde. Toen de kat gevangen was, stopte de zuster het dier in een zak, die ze dichtbond met een ijzerdraad. Een knecht heeft het dier dan levend begraven nadat hij had gevraagd: "Zuster, bega ik geen zonde door de kat op deze manier te begraven?" De kat heeft nog een tijdje gemiauwd en is daarna gestorven. De daaropvolgende nacht hoorde de zuster de hele tijd lawaai in haar kamer. Wel een half uur lag de zuster te zweten van angst. Daarna stak ze het licht aan en zag dat er een muis aan het voeteneinde van haar bed zat.

Bron

S. Top, Leuven, 1964

Commentaar

1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (vrijbos)
66C
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Klerken    Klerken