Hoofdtekst
Ich was aan 't aardappelen rapen geweest bij de mensen en ich durfde nie thuis gaan. Ich had al zeker een uur aan ene boom gezeten en ich zag moeder maar altijd met de Kenkee (lantaarn) van d'een plaats no d'ander lopen en te langen leste was moeder mech toch halen gekomen. Ich hing moeder in haren arm en ich had een half vlaai meegekregen bij die mensen en wei (toen) ich aan de Bloemenstraat koem, doen rolde zoiets voor ons wei (gelijk) een grote koeketel (koeketting). 'Oei, oei, moeder' zei ich, 'dat is Konsuspie' en ich wil op hem aan lopen en 't rolde zo voert terug de Bloemenstraat in. En de week daarop koem ich weer daardoor en toen koem ich do een juffrouw tegen met ene witte voorschoot aan en ze goeng zo langzaam neven ons op en ver hebben ze nooit meer gezien.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
SINSAG 0310F   
Beschrijving
Een meisje wandelde 's avonds samen met haar moeder naar huis. Toen de twee vrouwen in de Bloemenstraat waren, zagen ze een ketting die over de grond rolde. Een week later zagen ze op diezelfde plaats een juffrouw met een witte schort verschijnen.
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (bilzen)
146
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Hoeselt   
Plaats van Handelen
Bloemenstraat (Hoeselt)   
