Hoofdtekst
Pater Morus van Diksmude ging up èn hof en ze woren e bitje stief liberaalgezind. En je ging ol voren en de deure wos gesloten en je ging ol achter. Enne gerochte bij Adolf en zijn vrouwe en je klopte an d’achterdeure en je ging binnen en de boer zegt: "Wuk komme je gij hier doen? J’e gij hier geen affairens!" Pater Morus, de beuterpater, is toen were vertrokken. En Dolf e bitje later is ziek gekommen en die vrouwe ed ook niet lange meer geleefd en die zeune ed hem uphangen. En dat wos ol in korten tijd.
Beschrijving
Een pater uit Diksmuide klopte aan bij een boerderij waarvan de bewoners liberaal gezind waren. De boer sprak tot de pater: "Wat kom jij hier doen? Jij hebt hier niets te zoeken!" Daarop vertrok de pater weer. Een tijdje later is de boer ziek geworden. Zijn vrouw heeft ook niet lang meer geleefd en zijn zoon heeft zich opgehangen.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (vrijbos)
155H
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Pater Morus   
Naam Locatie in Tekst
Zarren   
Plaats van Handelen
Diksmuide   
