Hoofdtekst
’t Waren daar drie jonge gasten die ’s nachts late naar huus gingen, en dadde es echt gebeurd, ’t s stond daar lik entwodde up ’n wulge, en dat zei wok ollemale rare dingen, en ze begosten alle drie te lopen, en den achtersten hèd maar acht dagen meer geleefd, je kwom ziek en je ging dood. Dadde es wok echt gebeurd, ‘k hè dadde olsan horen vertellen van min moeder.
Beschrijving
Drie jongens die 's nachts naar huis wandelden, zagen een vreemde verschijning op een wilg. Doodsbang liepen de jongens naar huis. De jongen die achteraan liep, heeft maar acht dagen meer geleefd. Hij is ziek geworden en gestorven.
Bron
M. Reynaert, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (ieper)
70
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Komen   
