Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

FBECK0344_0345_419 - De Bokkerijders rijden door de lucht

Een sage (mondeling), 1947

Hoofdtekst

Ik heb eens horen vertellen dat daar twee gebroers waren. Ene had zeven kinderen en die werkte niet en de andere had geen kinderen. Hij werkte 'hem' dood en hij kon bijkans nog niet rondkomen. Die dacht: 'Wat mag mijn broer toch verrichten, die werkt niet en hij leeft gelijk een prins en ik heb nog geen nieuwe lap voor op mijn broek die kapot is.' En hij ging naar zijn broer en daar klaagde hij over zijn armoede. 'Waarom doet ge niet gelijk ik, zei die, ik ga 's nachts met de bokken uit, stelen in vreemde landen. Als ge wilt meegaan dan moet ge Donderdag avond komen. Als ge vroeg komt, dan kunt ge hier eten, wij hebben toch genoeg. Maar iets zeg ik u, als ge onderweg zijt dan moogt ge niet 'klappen' van O.L.Vrouw of van O.L.Heer, anders loopt het mis af. De volgende Donderdag was hij al daar toen de avond viel en toen ze goed gegeten hadden, speelden ze nog met de kaart want het was nog te vroeg. Te half twaalf ging de bokkerijder zijn bokken gereed maken en voederen en vijf voor twaalf gingen ze buiten: 'Pas op dat de niet spreekt van O.L.Vrouw of van O.L.Heer en houdt u goed vast, want we rijden door de wolken'. Toen gingen ze op de bokken zitten en toen zei die ene:'Over bos en struikDoor de wolken uit!'En toen waren ze vertrokken. Ze reden door de bomen dat de takken kraakten en toen kwamen ze in de wolken. 'Zijn we nog niet daar?' vroeg de nieuwe, die was toch niet op zijn gemak. 'Nee, we moeten vandaag ver' zei zijn broer. En een beetje daarna zei hij weer: 'Hoelang is 't nog?' - ''t Begint te korten' zei de andere. Maar toen ineens zei die weer: 'Ai,ai, Jezus, Maria, wat doet mijn kont toch pijn op zo'n scherpe rug.' En toen gooide de bok hem af en hij viel en hij viel op 't laatste lag hij in een hoop 'zavel' en dat was zijn geluk geweest, anders was hij zeker dood. Hij wist niet waar hij zat en hij wachtte tot 's morgens en toen begon hij te stappen. Maar de mensen die hij zag, verstond hij niet en toen waren er daar die een geleerde man haalden, een taalmeester en die zei: 'Belsland, dat ligt wijd van hier, ge moet altijd maar zo gaan, altijd recht door en niet links of rechts, dan zult ge wel horen of de menschen u verstaan.' En hij begon weer te gaan en zo reisde hij zeven jaar en zeven weken en vier dagen en op een avond kwam hij aan zijn huis en daar begon hij te kloppen. 'Wie is daar?' vroeg zijn vrouw. 'Ik ben het, uw man' zei hij - 'Dat bestaat niet, die ligt bij me in 't bed.' Ze had niet kunnen wachten en ze had gemeend dat hij dood was en toen was ze hertrouwd. Maar die andere was zo verschrikt dat hij opsprong en lopen ging en ze hebben hem nooit meer gezien. Dat heeft een oude man me verteld toen we eens aan 't aardappelen planten waren.

Onderwerp

SINSAG 0865 - Die Macht des Gebetes; Teufel kann mit seinem Opfer nicht an einem Betenden vorbeigehen.    SINSAG 0865 - Die Macht des Gebetes; Teufel kann mit seinem Opfer nicht an einem Betenden vorbeigehen.   

SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.    SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   

Beschrijving

Een ijverige man die geen kinderen had, moest hard werken om rond te komen. Zijn luie broer die zeven kinderen had, werkte helemaal niet. Toen de man op een dag zijn beklag deed bij zijn broer, sprak die: "Waarom doe je niet hetzelfde als ik? Ik rijd 's nachts op een bok naar verre landen om daar te gaan stelen. Als je wil meegaan, dan moet je donderdagavond komen. Voor één ding moet ik je wel waarschuwen: spreek onderweg niet over O.L. Vrouw of O.L. Heer, want dan loopt het verkeerd af!" De volgende donderdag ging de man naar zijn broer, die om half twaalf de bokken uit de stal ging halen. De twee mannen gingen elk op een bok zitten, terwijl de luie broer sprak: "Over bos en struik! Door de wolken uit!" Daarop vlogen de bokken hoog in de lucht. Na een tijdje sprak de ijverige broer: "Ik hoop dat het niet ver meer is. Jezus, Maria, wat doet mijn achterwerk toch pijn op die scherpe rug!" Zijn woorden waren nog niet koud, of de bok gooide de arme man op de grond. Toen de man bekomen was van de schok, zocht hij de weg naar huis. Op de plaats waar hij was aanbeland, zeiden de mensen: "België ligt ver van hier. Je kan het best altijd rechtdoor gaan in die richting; dan kom je er wel." De man reisde zeven jaar, zeven weken en vier dagen vooraleer hij weer bij zijn huis kwam. Toen hij aanklopte, vroeg zijn vrouw: "Wie is daar?" De man antwoordde: "Ik ben het, je man!", waarop de vrouw uitriep: "Dat kan niet, want mijn man ligt naast mij in bed." De vrouw was ervan overtuigd dat haar man dood was, en ze was hertrouwd. De verschrikte bokkerijder liep weg en men heeft hem nooit meer gezien.

Bron

F. Beckers, Leuven, 1947

Commentaar

4. Historische sagen
zuid-limburgs
De Bokkerijders rijden door de lucht: variante 2
fabulaat

Naam Overig in Tekst

Jezus    Jezus   

Maria    Maria   

O.L. Vrouw    O.L. Vrouw   

O.L. Heer    O.L. Heer   

Naam Locatie in Tekst

Kortessem    Kortessem   

Plaats van Handelen

België    België