Hoofdtekst
Kabouterkes dorsen in een schuur.Ik hem da van mannen horen vertellen, die bij nen boer waren gaan werken en die in de schuur moesten slapen. En ze sliepen achter de "pui": dat is e schutsel mee planken, waarachter de koei sting. 's Nachts horen ze daar e lawijd: ze waren aan 't dorsen op de vloer: van die kabouterkes, allemaal van die klein mannekes. En da was daar een kloppen en een schoon maken en 's morgens waren ze vertrokken. 't Spookte daar nijg en die mannen gingen daar nooit nie meer werken.
Beschrijving
Enkele mannen die bij een boer werkten en daar in de schuur sliepen, hoorden 's nachts een lawaai. Kaboutertjes waren er aan het dorsen. Tegen de ochtend waren de kaboutertjes verdwenen. Omdat het op die boerderij spookte, gingen de mannen er niet meer werken.
Bron
M. Van den Berg, Leuven, 1955
Commentaar
1.2 Aardgeesten
antwerps (polders ten noorden van antwerpen)
7
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zandvliet   
