Hoofdtekst
Kwaad houdt op met de dood van heks.Der was ne keer e meiske en se wierd ziek en se ging zij naar den dokteur en lange naar den dokteur en der was nie aan te verhelpen. Ze zei zij da ze zij de koeke ha in 't herte gespannen en da ze betoverd was, da der daar een vrouwe nie te ver af en weundege die gene goeien nam' en ha, en die ter altijd in huis ging, en da ze selfs een jongedochter , een geburinne die 'tzelfde gekregen ha link zij, die ter van gestorven es, die naar Gent gegaan ha, naar alle dokteurs , en die ter oeit van genezen geweest 'n hee, maar da se 't zij tans weest dienen hee, waar wee kik nie ovral, in veel plaatsen en da z' er zij toch vanaf g 'raakt es, maar dat 'r her geneen dokteur koest helpen en da die vrouwe die die name ha van te toveren, as ze zij thans gestorven es, dat 'r achternaar noei niets meer gebeurd 'n es en dat er daar zo altijd 't een achter 't ander was en da ze 't zij noei afgegaan 'n hee da ze zij betoverd was.
Beschrijving
Een meisje dat ziek was, ging naar de dokter, maar kon niet worden geholpen. Het meisje beweerde dat ze betoverd was en aan een hartziekte leed. Een vrouw die bij haar in de buurt woonde en die een slechte naam had, zou haar hebben betoverd. Het meisje heeft veel bedevaarten ondernomen en is uiteindelijk toch genezen. Een buurvrouw die hetzelfde was overkomen, was naar de paters van Gent geweest, maar dat had niet geholpen. Na de dood van de heks zijn zulke zaken daar niet meer voorgevallen.
Bron
A. Desmyter, Gent, 1955
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (zuiden: bevere en oudenaarde)
74
fabulaat
Naam Overig in Tekst
paters van Gent   
Gent (paters van)   
Naam Locatie in Tekst
Bevere   
Plaats van Handelen
Gent   
