Hoofdtekst
Op de boerderij welke nu nog bestaat en bewoond wordt door het volk genaamd "Cryns" moet in den tijd een knecht gewerkt hebben welke een weerwolf was. De boer had dit reeds herhaaldelijk bemerkt, en kende ook de macht van de band van den weerwolf. De boer wist er raad mee; er moest dien dag nu juist gebakken worden op de hoeve en de oven werd tweemaal zoo heet gestookt als anders, en dit maal speciaal door den boer zelf. De boerin had den knecht naar Weert gestuurd om gist te halen. De boer dacht: Nu zal ik den band gauw verbranden, de weerwolf is toch weg, en moet ongeveer te Weert zijn, twee uur hier vandaan. Doch wanneer hij op het punt stond den band in den oven te werpen, stond de knecht naast hem en bemachtigde zich, onder vreeselijk gehuil, van den duivelsband.
Onderwerp
SINSAG 0824 - Die verbrannte Haut (Gurt, Halsband)   
Beschrijving
Op een boerderij werkte een knecht die zichzelf in een weerwolf kon veranderen. Op een dag stookte de boer de oven extra heet om de halsband van de knecht te verbranden. Terwijl de knecht in Weert gist moest gaan kopen, gooide de boer de halsband in de oven. Op het ogenblik dat de band vuur vatte, stond de knecht naast de oven om zijn bezit te redden.
Bron
D. Truyen, Leuven, 1946
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (noorden)
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Bocholt   
Plaats van Handelen
Weert   
