Hoofdtekst
Zo heb ik vroeger nog horen vertellen van de heksenbrug. Wij woonden in Poppel op 't Hollands aan, en daar – waar weet ik niet juist meer – hadden ze een heksenbrug. Hedde daar nooit van gehoord? Daar had de duivel de klok uit de kerk gestolen en dat gat kunnen ze niet meer dicht krijgen. Al dikwijls hebben ze dat gat dichtgedaan, maar altijd vallen de stenen en 't metselwerk er terug uit. En de zwerte klauwen kunde daar nog zien. Ons ouw luikes waren van die kanten en die hebben dat nog gezien en dikwijls vertelden ze daarvan. En onder de brug ligt de klok nog en 's nachts kunde die horen luien, als ge stil zijt. Van zo'n spreukskes hoorde nauw nie veul mer.
Beschrijving
In de buurt van Poppel was een heksenbrug. De duivel had daar de klok uit de kerk gestolen. Het gat dat daardoor ontstaan was, heeft men nooit meer kunnen dichtmaken. Men kon de zwarte klauwen van de duivel nog steeds zien. Als men onder de heksenbrug lag, kon men de klok 's nachts nog horen luiden.
Bron
W. Luyts, Leuven, 1956
Commentaar
3.1 Duivels
antwerps (land van turnhout)
330
fabulaat
Naam Overig in Tekst
heksenbrug (Poppel)   
Naam Locatie in Tekst
Vosselaar   
Plaats van Handelen
Poppel   
