Hoofdtekst
Kapelletje “de dode man”. Dat kapelleke “den dode man” ? Ewel, ik weet daar nog van. Dat was ne vent die daar verkeerde met een meiske, maar zij kwamen toch niet al te wel overeen en hij vermoordde ze daar op nen avond — het is daarmee dat zij het “moordstuk” zeggen tegen die partij land — en als zij al dood was, keerde hij nog ne keer weer om te kijken en zij keek zodanig lelijk dat hij ze omkeerde, ewel, daarvoor hebben zij daar dat kapelleke gezet.
Beschrijving
Een man vermoordde op een avond zijn vriendin. Toen het meisje al dood was, ging de man nog een keer naar haar kijken. Omdat de dode zo lelijk leek te kijken, draaide de man het lijk om. Later heeft men op die plaats een kapelletje gebouwd.
Bron
S. Bohez, Leuven, 1956
Commentaar
4. Historische sagen
oost-vlaams (tussen leie en schelde)
495
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Mullem   
