Hoofdtekst
B En dan, op de hooizolder lag zo'n kindervoiture, nee een wieg. En die lag altijd bloot en op ne zekere dag vond hem die niet meer, mijne nonkel. En die lag ik weet niet hoe diep onder het hooi, voor hem was dat dan toverij. Daar zat dan iets achter hé. Ik: Heeft hij dat zelf allemaal tegen u verteld? A: Ja, dat heeft hem persoonlijk verteld. Daar leven nog twee dochters van, van mijne nonkel, die heten Van Aken. Als ge daar meer over wilt weten, moet ge daar eens langs gaan. Dat zijn jonge dochters, die hebben les gegeven. ..... (hij legt uit waar ze wonen) Ik: Kent ge nog andere verhalen die uw nonkel vertelde?
Beschrijving
Op de hooizolder van een boerderij lag een wieg. Op een dag stelde de boer vast dat de wieg heel diep onder het hooi verborgen lag. De man schreef dat voorval toe aan toverij.
Bron
H. Schallenbergh, Leuven, 2000
Commentaar
antwerps (mechelen en omstreken)
8B
Oom van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Mechelen   
