Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

HVERH0137_0137_32735

Een sage (mondeling), 1970

Hoofdtekst

Bij ne zekeren boer wier ’s nachts altij de ruëm van de melk geëten en dan konne ze giën boter niemiër moaken, ge wet die stoëpen stonden altij in de kelder en toen ging die vent noar de poaters en die zaan dattij ’s nachs most op uitkijk stoan om te zien wie atta woar en dan deetij da en twas een zwarte kat en hij ging weer noar de poaters en die zaan dattij e kanneke heete melk over die kat most giete en toen dattij da gedoan ha was er ’s merges een vroa in ’t deurp levend verbrand, een zekere Wijn en da was een heks.

Beschrijving

Op een boerderij werd ’s nachts altijd de room van de melk gehaald, zodat men geen boter meer kon maken. Een man ging naar de paters, van wie hij de raad kreeg om ’s nachts de wacht te houden. Toen de man dat deed, zag hij een zwarte kat en goot een kannetje hete melk over het dier. De volgende ochtend was één van de vrouwen uit het dorp levend verbrand.

Bron

H. Verherstraeten, Leuven, 1970

Commentaar

2.1 Heksen
oost-vlaams (noordelijk waasland)
228
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Melsele    Melsele