Hoofdtekst
Beschrijving
Om de mensen bang te maken, zette een man een kaars in een uitgeholde biet of achter een blad van een rode kool. De voorbijgangers waren zo bang dat ze rechtsomkeer maakten. De mensen geloofden dat ze niet naar stalkaarsen mochten wijzen, omdat ze anders ongeluk zouden kregen. Als men toch naar zo’n lichtje wees, dan hoorde men even later een slag op de deur. In werkelijkheid was het gewoon een farceur die tegen de deur sloeg om de mensen bang te maken.
Bron
E. Tielemans, Leuven, 1978
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
brabants (zuid-west)
11E
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Kwintens-Lennik   

