Hoofdtekst
I Maar ze vertelden daar vroeger dus van, van de heksen en zo?31 Mijn ouders die ‘kalde’ (= praatten) daar altijd van.I En kent ge nog van die verhaalkes wat ze vertelden? Die verhaalkes zelf. 28 Mijn grootvader die zei zo, hier verder daar lag een ‘wùf’ (= wei) dan en daar zat altijd een zwarte kat op de paal. Dat was op de paal, hé, dat ze zat. Daar durfde je niet meer langs gaan, hé, toen je nog een ‘gamé’ (kleine jongen) was, wùr.31 Dat was de duivel wat daar zat [lachend].28 Dat was de duivel, ja [gelach]. Dat was niks, dat was niet waar, hé. Maar die konden niks anders als van dat vertellen, die oude ‘läöi’.31 Dat was een man van tweeëntachtig jaar geworden.X In die monografie daar staan verschillende verhaaltjes daarvan. Heel veel.29 Dan zult ge er wel veel vinden.I Ja, want het is vooral van wat ge u zelf herinnert, wat uw eigen ouders u verteld hebben.28 Onze ouders hebben dat niet meer verteld, hé, dat was m’n grootvader, hé.29 Dat waren hem z’n grootouders, hé.28 De grootouders, hé. Onze ouders hebben dat niet meer verteld.X De winteravonden waren lang, ze hadden geen dinge, geen licht, ze zaten rond de stoof, ze deden de deksel van de stoof open en die vlammen wat daarin speelden, was een lichtspel en dan fantaseerden ze.
Onderwerp
SINSAG 0933 - Begegnung mit dem Teufel, welcher verschiedene Gestalten annimmt.   
Beschrijving
In een weide in Vlijtingen zat altijd een zwarte kat op een paal. De mensen zeiden dat dat de duivel was.
Bron
H. Schoefs, Leuven, 1996
Commentaar
3.1 Duivels
limburgs (groot-riemst)
28D 427
Grootvader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Vlijtingen   
Plaats van Handelen
Vlijtingen   
