Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

HHEND0193_0193_42749

Een sage (mondeling), 1962

Hoofdtekst

Behekste man krijgt crisissen.En dan ne noenkel van mij, he, die was… ja hoe oud zou die gewist hemmen, 18, 19 jaar zeker en die leefde mee zijn ouw moeder alleen en die werkte ook bij De Katers, die kuiste daar de grachten en zo; m'r naa de langen duur kreeg die sewaailde (soms) zoiet, ja zo'n crisissen. Na was da zoe wijd gekomen dat'em aan de deur kwaam bij da mens, dat 'em ook crisissen kreeg, mor nie zo erg in 't begin. En dan kwaam het zoe wijd dat ze zeien: "Wa zou er aan onze Fil toch aan zijn?" Mor dan waren ze daar bezig, daar aan 't godshuis, de gracht aan 't kuisen en da menske, da vrouwke ziedet, da kwaam d'r neffen en die zagen ze gaan. Gelak a die goe veurbij is, kreeg die weer iet en dan hemmen ze die nor ons thuis gedragen en onze vader die was boswachter en die was daar ook omtreent (in de buurt) en dan hemmen ze die jongen zo bij ons binnen gebroecht en 't was al vruug doenker. En dan hemmek ik gezien en ik hemmet bijgewoond, dan kreeg die zo'n crisis da't zweet mee druppels van zijn haar en van zijn gezicht dreef en die begost mee zijn armen te slagen en da piepte zo in zijn beurst en ze musten die vasthouwen en de tafel veur de deur zetten. De deur bleef open ziedet, omdat het anders te benauwd veur 'em was. En dat heet'em zoe drij keres g'had da'k ik weet zenne, en da verergerde elke keer. En den doktoor die kost er nie aan uit en dan zijn z'ook n'r ne geestelijke gegaan en dan must noenkel van die geestelijke Wezel uit. Hij is nor La Julp (La Hulpe) gegaan en die geestelijke heeter zijn eigen mee gemoeid en z'hemmen boete gedaan. Z'hemmen 'em een heiligdoem oemg'hangen en dan is 'em teruggekommen en dan was 'em genezen.

Beschrijving

Een jongen van achttien of negentien jaar woonde samen met zijn oude moeder in een huis. De jongen verdiende zijn brood met het schoonmaken van grachten. Na een tijd werd de jongen echter ziek. Telkens wanneer hij voorbij het huis van een bepaalde vrouw liep, kreeg hij aanvallen van één of andere ziekte. De jongen bewoog dan wild met zijn armen, zweette verschrikkelijk en had een piepende ademhaling. De aanvallen werden alsmaar heviger. Men ging te rade bij een dokter, maar die kon niet helpen. Een geestelijke gaf de mensen de raad om de jongen te laten weggaan uit Wezel en hem naar La Julp (La Hulpe?) te sturen. De mensen hebben dan boete gedaan en een heiligdom omhooggehangen. Toen de jongen weer naar huis kwam, was hij genezen.

Bron

H. Hendrickx, Leuven, 1962

Commentaar

2.1 Heksen
antwerps (overgangsgebied antwerpen - kempen)
325
Oom van de informant
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

's-Gravenwezel    's-Gravenwezel   

Plaats van Handelen

La Hulpe    La Hulpe   

Wezel    Wezel