Hoofdtekst
De maar, die kwam 's nach(t)s op de minse in 't bed. Dat hiel(d) de minsen onder. Doa had eens ene gezeg(d) 'zje moet e mes nemen, en dat op oer (= uw) ha(r)t leggen met de top omlaag.' Toen had die bo ze dat tegen gezegd hadden, dat verteld en he zei: 'ich gon dat eens proberen de nach(t) maar ich moet nog e goed mes vinden.' Mè toen zei zijne kameraad: 'ja, mè het is zjus andersom, zje moet het mes met het scherp omhoog houden, anders dan zijt zje zelf dood.' En 's nach(t)s was ze weer kome (= gekomen) en ze liet haar in 't mes vallen, toen was ze dood, toen hadden ze ze!
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
SINSAG 0798 - Mensch von Mahr beritten. Mahr wird verwundet; zeigt am folgenden Tag die Narbe.   
Beschrijving
De maar gaf de mensen in bed 's nachts een benauwd gevoel. Op een dag had een man de raad gekregen om een mes met de punt omlaag op zijn borst geklemd te houden. Iemand anders beweerde dat het mes met de punt omhoog moest staan, omdat de man anders zichzelf zou doodsteken. Die nacht was de maar weer gekomen. De volgende ochtend lag ze dood op het bed met het mes in haar borst.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
limburgs (tongeren en omstreken)
250
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Vreren   
