Hoofdtekst
Bij grootmoeder op ’t veld ’t was daar een plekje waar dat alles altijd hoger groeide dan de reste en dat was waardat dat zilverwerk gedolven was. En ze vonden zieder (zij) dat natuurlijk rare en m’n grootmoeder al spitten en ze vind zij daar al die schatten, kroontjes en goudstaveltjes en zilverwerk. En dat was van de kerke van Lombardsijde. Z’hadden dat zeker begraven nog ten tijde van d’oorlogen.
Beschrijving
Een vrouw vond het vreemd dat op een bepaalde plaats in haar tuin het gras altijd hoger groeide dan elders. Toen de vrouw op die plaats begon te graven, vond ze er allerlei kroontjes, goudstaafjes en zilverwerk. Die schatten waren eigendom van de kerk van Lombardsijde. Ze waren daar tijdens de oorlog begraven.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (kamerlingsambacht)
333
Grootmoeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Westende   
Plaats van Handelen
Lombardsijde   
