Hoofdtekst
Men (mijn) grotmoeder kwam e ki van de keremesse in Loppem deur de stikken (veld). En heur vint liep e bitje vor heur. En achter ’n tiedetje kiekten e kir omme en je ziet dasse zie do versteld bluf (blijft) stoan. En z’had zie de woaterduvel gezien, zei ze.
Beschrijving
Een vrouw die door het veld van Loppem terugkwam van de kermis, keek achterom en zag tot haar grote ontsteltenis de waterduivel.
Bron
L. Cumps, Leuven, 1965
Commentaar
1.1 Watergeesten
west-vlaams (z van brugge)
10
Grootmoeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zedelgem   
Plaats van Handelen
Loppem   
