Hoofdtekst
’s Avonds aske op de bane zijt en moogde aan geen katte gaan hé. Mijn vader, ze gingen altijd uit me vieren hé, en op ne zekere keer ze moesten 2,30 uren te voet gaan hé, en ze moesten azo door nen bos en van als ze in diënen bos kwamen tot als ze eruit gingen altijd katten mee hen mee al heel de bane. En ’t er was daar toch ene die zei: “Als ze nog voortdoen, zal ik er en keer ne kap in geven.” Maar ’t er was enen die zei: “Laat gij dat ne keer schoon gerust, want g’en moogt daar niet aan gaan.” En als ze uit den bos kwamen waren die katten weg, en ’t was gedaan.
Onderwerp
SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).   
Beschrijving
Vier mannen die ’s avonds op pad waren, moesten een wandeling van twee en een half uur afleggen. Toen de mannen in het bos kwamen, zagen ze daar overal katten. Eén van de mannen zei: “Als die katten niet weggaan, dan zal ik ze een keer een slag geven”. Een andere man reageerde echter: “Neen, doe dat niet. Laat dat maar met rust”. Zodra de mannen uit het bos kwamen, waren de katten verdwenen.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (denderstreek)
179
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ophasselt   
