Hoofdtekst
Ja, Lange Jeanne heeft veel kwaad gedaan. En dat was in Elsegem allene niet: heel de streek was-t-er deur geterroriseerd!Op de boerderij van Van Dorpens heeft ze ook ‘ne keer ‘ne stoot uitgehaald!’t Waren daar twee oude-jonge dochters, en ge weet hoe dat dat is hé: oude-jonge dochters dat zijn potters hé! En ze hielden veur ulder drinkgeld schaaplammers. En dat was ‘nen regenachtigen oktoberdag geweest en ze hadden die schaaplammers niet laten buitenlopen. Maar nu, ’s navonds hé, staat er daar ’n schaaplammeke te blèten aan de stromijte buiten. En d’ene zegt tegen d’andere: "’t Moet één van die schaaplammers uitgebroken zijn." – "Ach maar, dat is toch niet mogelijk", zegt d’andere, "’k heb ze daar nog over vijf minuten drinken weest geven en ‘k heb de deure schone gesloten. – En ’t is niet mogelijk!"Enfin, dat schaaplam stond daar buiten en zij dernaartoe, dat schaaplam opgepakt, daar in de stal gezet, en … ze komen tot de bestatiging dat er ’n schaap te vele is, en ze zeggen: "Oei, oei, wat is dat nu?" En dat schaaplam begint te spreken en ’t zegt: "Draag me terug van waar dat ge mij gehaald hebt, want ‘k benne Lange Jeanne!" En van ’t verschieten is ze doodgevallen.
Beschrijving
Mensen die in de buurt van Elsegem woonden, werden door Lange Jeanne geterroriseerd.
Op een boerderij woonden twee ongehuwde dochters die van hun spaargeld lammetjes hadden gekocht. Op een regenachtige oktoberdag hadden de vrouwen hun lammetjes niet buiten gelaten. Op zeker ogenblik hoorde men dat één van de lammetjes bij een stromijt stond te blaten. "Het is toch niet mogelijk dat één van de lammetjes is uitgebroken, want ik heb de dieren vijf minuten geleden nog water gebracht en ik ben er zeker van dat ik de deur goed heb gesloten", sprak één van de vrouwen. Daarop gingen de vrouwen naar buiten en zetten dat ene lammetje in de stal. Daar stelden ze echter vast dat er een schaap teveel in de stal stond. Het lammetje begon te spreken: "Breng mij terug naar de plaats waar je mij gehaald hebt, want ik ben Lange Jeanne". De vrouw is doodgevallen van angst.
Op een boerderij woonden twee ongehuwde dochters die van hun spaargeld lammetjes hadden gekocht. Op een regenachtige oktoberdag hadden de vrouwen hun lammetjes niet buiten gelaten. Op zeker ogenblik hoorde men dat één van de lammetjes bij een stromijt stond te blaten. "Het is toch niet mogelijk dat één van de lammetjes is uitgebroken, want ik heb de dieren vijf minuten geleden nog water gebracht en ik ben er zeker van dat ik de deur goed heb gesloten", sprak één van de vrouwen. Daarop gingen de vrouwen naar buiten en zetten dat ene lammetje in de stal. Daar stelden ze echter vast dat er een schaap teveel in de stal stond. Het lammetje begon te spreken: "Breng mij terug naar de plaats waar je mij gehaald hebt, want ik ben Lange Jeanne". De vrouw is doodgevallen van angst.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
75
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Lange Jeanne   
Naam Locatie in Tekst
Kaster   
Plaats van Handelen
Elsegem   
