Hoofdtekst
Do was eens ron Emmeren een zwatte heer woa elke woivend, een bitje veur middernaach, zijn ronde maakte do bo vruuger e groot kesteel gesteun hèt. Hij was heel in 't zwat gekleid, blootshoofds. Deze heer sprak tegen niemand. Nooit heeft men geweten wai hij koem en wai hij verdween.
Beschrijving
Omstreeks middernacht liep in de buurt van het kasteel van Emmeren een zwarte heer rond, die geen woord zei.
Bron
R. Jageneau, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (borgloon)
26
fabulaat
Deze sage werd overgenomen van G. V. en voor het eerst opgetekend omstreeks 1900.
Naam Overig in Tekst
Emmeren (kasteel van)   
kasteel van Emmeren   
Naam Locatie in Tekst
Hoepertingen   
