Hoofdtekst
’t Was een die verschrikkelijk vele rats hadde, lijk opgegeten van de rats. En zegt de gebuur: “Hoe wilt gij dat hebben? Ik en heb geen en van u, ’t is al opgegeten dat je hebt”. “’t Is goed dat je gij daarmee zo preuts zijt dat ge geen hebt, en dat ik ze al heb, je gaat ze morgennuchtend zien kommen wè”. ’t Was niet van reken, maar hele vlagen, duizende, en al naar dien boer die dermee loech. “Hoe is’t”, zegt’n, “hebt ge er nu genoeg”? “Ja’k”, zeit’n, “’k heb mijn bekomste”. Hij hadde twee schelven die daar stoegen.
Onderwerp
SINSAG 0689 - Der Rattenfänger   
Beschrijving
Een man die te kampen had met een rattenplaag, stond te praten met zijn buurman, die spottend zei: "Jij hebt zoveel ratten en ik heb er geen enkele!" De volgende ochtend stuurde de man al zijn ratten naar het huis van zijn buurman.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (franse grens)
351
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Proven   
