Hoofdtekst
Da waren mannekes die, hier in de bossen liepen en ze waren maar zo groot (verteller toont het met de hand). Maar dat is misschien wel honderd jaar geleën. En oje (als ge) iets niet vond of ge waart misdaan ewel, die kadoddermannekes (kleine ventjes) kosten u altijd helpen en ze deden ’t ook.
Beschrijving
Honderd jaar geleden liepen in de bossen hele kleine mannetjes rond, die alle mensen kwamen helpen die iets verloren waren of die door iemand onrecht waren aangedaan.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, s.d.
Commentaar
1.2 Aardgeesten
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
18
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Knesselare   
