Hoofdtekst
- Al de toveressen zijn weg. Maar die van onze zwijnemoeren daar, ze is ook nooit meer in ’t huis gekomen wê. Neen, neen. Maar ge hadt dat moeten zien. ’t Was daar geen eentje die rechte poten had né, dat stond al krom en scheef.- Of, hoe dat ze ze herkenden. Heb je daar ooit iets van gehoord? Lijk in de kerk of iets. Dat ze bleven zitten of zoiets?- Ah, dat weet ik lijk niet. ’t Is maar, ja, ‘k weet niet hoe dat dat was dat ze dat lijk wisten. Anderszins, ‘k zeg, ze zeien dikwijls: "Die of die is een toveres", maar ge weet niet waarvoor né of wat .- Maar waarom zeien ze dat eigenlijk tegen een mens?- En, ‘k weet niet.- Ze hadden de naam en…- Ze hadden de naam, ja. Ja, ’t was omdat zij misschien wisten né, dat ze toeren uitgestoken hadden toen né.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een toveres had de poten van pasgeboren biggen achterstevoren gezet. Daarna is die toveres nooit meer op die betoverde boerderij gekomen.
Bron
F. Ramon, Leuven, 1975
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (ieper)
2b
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Beselare   
