Hoofdtekst
Beschrijving
Een man lag al acht dagen op sterven. Hij lag de hele tijd naar het plafond te staren. De man had schuim op de lippen en maakte met zijn handen gebaren alsof hij iets wegjoeg. Nadat de man door de pastoor was overlezen, is hij gestorven.
Bron
G. Degeest, Leuven, 1960
Commentaar
1.6 Weerwolven
brabants (hageland)
164
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Bunsbeek   
