Hoofdtekst
Vroeger was hier ene, die kon ratten verjagen. As doa in een huis ratten waren, dan werd er geroepen. Hij zette dan een bussel stro in de wei a(ch)ter, en dan deed er de ratten vanzelef onder de bussel in lopen. Een dikke bussel stro had er rech(t) gezet op e wei en dan kwamen de ratten doa allemaal onderin gelopen. 'Nu moet d'aa (= de oude) moeder nog komen!' en dan kwam ze ook onder de bussel in! Dan stakter het vuur aan en he verbjandde ze allemaal. Mè één voor één kwamen ze doa onderin gekropen, dat moes(t) schoon van zien zijn! Mè die kon tich ook ratten bijbrengen of ze in een ander huis neven tich zetten. Hij kon ook ratten van d'ee(n) veld op 't ander jagen. Dan laster (= las hij) iet in drie hük (= hoeken) en aan de vierde hoek kwamen de ratten meteen en dan liepen ze op het ander veld.
Onderwerp
SINSAG 0689 - Der Rattenfänger   
Beschrijving
Vroeger woonde in Membruggen een man die ratten kon vangen. Hij zette een bussel stro in het veld en zorgde ervoor dat alle ratten één voor één in het stro kropen. Op het einde zei hij dan: "Vooruit, nu de oude moeder nog!" Wanneer de laatste rat in het stro zat, stak de man de bussel in brand.
Deze tovenaar kon de ratten echter ook naar een ander veld jagen. Daarvoor moest hij in drie hoeken van het veld iets voorlezen. Langs de vierde hoek trokken de ratten dan naar het naburige veld.
Deze tovenaar kon de ratten echter ook naar een ander veld jagen. Daarvoor moest hij in drie hoeken van het veld iets voorlezen. Langs de vierde hoek trokken de ratten dan naar het naburige veld.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
2.2 Tovenaars
limburgs (tongeren en omstreken)
889
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Membruggen   
Plaats van Handelen
Membruggen   
