Hoofdtekst
Dat ze vanzeleven maar wie, dat weet ik niet, in de geburen een konijn achterna zaten in het veld hè. Dat was daar waar mijn broer woont op de Beek en dat was dan daar achter Verles - de Toekomststraat is dat - en daar zat een schoon wit konijn. En toen pakten ze dat konijn op en toen ze thuiskwamen toen - dat draaide ze zo in haar voorschoot, in haar schoot hè - en ze gooide het neer, dat was zo een schoon wit konijn. En toen was het een steen. Toen ze toen zei die man: 'Doet dat maar eens gauw terug want dat is niet pluis hè.' En ze pakte die steen terug op en ze ging het op dezelfde plaats gooien en toen was het opnieuw een konijn.'
Onderwerp
SINSAG 0345B   
Beschrijving
Een vrouw zag naast de beek bij de Toekomststraat een mooi wit konijn zitten. Ze nam het dier op en rolde het in haar schort. Toen de vrouw thuiskwam en haar schort openvouwde, viel er tot haar grote ontsteltenis een steen op de grond. "Breng dat maar gauw terug, want dat is niet normaal", sprak de echtgenoot van de vrouw. Zodra de vrouw de steen weer opnam, veranderde hij opnieuw in een konijn.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
midden-limburgs
b
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Hasselt   
Plaats van Handelen
Toekomststraat (Hasselt)   
