Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

STOP0391_0391_21764

Een sage (mondeling), 1964

Hoofdtekst

Ze zaten dor in èn herberge te drinken. ’t Wos ol de kanten van Nieuwkerke. En de gendarmes kwamen en ze verdeelden ulder in tween. D’ene sproengen ol voren d’rin en d’andre sproengen ol achter. Z’één d’er dor vele kunnen pakken mor toch niet ollemale. Z’één de die toen nor Brugge gedon. Bakelandt en nog èn andern, tink me dat ’t e Plancke wos, zaten in e getekot up Ichtegem en z’één dor gepakt geweest, gelove’k ik. J’ee begunnen met e cent te pakken van zijn oeders.

Onderwerp

SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.    SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   

Beschrijving

In een herberg in de buurt van Nieuwkerke zaten de rovers van de bende van Bakelandt te drinken. Toen de politie in de herberg binnenviel, verdeelden de rovers zich in twee kampen. De ene groep vluchtte langs voor en de andere langs achter. Men slaagde erin heel wat rovers op te pakken, maar sommigen konden vluchten. De gevangen rovers werden naar Brugge gebracht. Bakelandt en Plancke werden opgepakt in een geitenhok in Ichtegem.
De eerste wat Bakelandt in zijn leven had gestolen, was een muntstuk van zijn ouders.

Bron

S. Top, Leuven, 1964

Commentaar

4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
236P
fabulaat

Naam Overig in Tekst

Bakelandt    Bakelandt   

Bakelandt (bende van)    Bakelandt (bende van)   

bende van Bakelandt    bende van Bakelandt   

Naam Locatie in Tekst

Kortemark    Kortemark   

Plaats van Handelen

Brugge    Brugge   

Nieuwkerke    Nieuwkerke   

Ichtegem    Ichtegem