Hoofdtekst
Ze zaten dor in èn herberge te drinken. ’t Wos ol de kanten van Nieuwkerke. En de gendarmes kwamen en ze verdeelden ulder in tween. D’ene sproengen ol voren d’rin en d’andre sproengen ol achter. Z’één d’er dor vele kunnen pakken mor toch niet ollemale. Z’één de die toen nor Brugge gedon. Bakelandt en nog èn andern, tink me dat ’t e Plancke wos, zaten in e getekot up Ichtegem en z’één dor gepakt geweest, gelove’k ik. J’ee begunnen met e cent te pakken van zijn oeders.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
In een herberg in de buurt van Nieuwkerke zaten de rovers van de bende van Bakelandt te drinken. Toen de politie in de herberg binnenviel, verdeelden de rovers zich in twee kampen. De ene groep vluchtte langs voor en de andere langs achter. Men slaagde erin heel wat rovers op te pakken, maar sommigen konden vluchten. De gevangen rovers werden naar Brugge gebracht. Bakelandt en Plancke werden opgepakt in een geitenhok in Ichtegem.
De eerste wat Bakelandt in zijn leven had gestolen, was een muntstuk van zijn ouders.
De eerste wat Bakelandt in zijn leven had gestolen, was een muntstuk van zijn ouders.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
236P
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Bakelandt   
Bakelandt (bende van)   
bende van Bakelandt   
Naam Locatie in Tekst
Kortemark   
Plaats van Handelen
Brugge   
Nieuwkerke   
Ichtegem   
