Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MDREE0308_0309_2582 - Heksenmacht weggenomen door een pastoor

Een sage (mondeling), 1967

Hoofdtekst

De dochter van die aa heks, die woonde ook bekans thuis tegenover. Dat was ook een heks. Zje zag het ook aan hun uitzich(t) dat het heksen waren. Het was nogal felle wind zo, storem en zij schaarde hout meteen. En ich stond hier, en doa was de dochter en tussen o(n)s stond d'aa heks: 'zje meent dat zje profijt he(b)t met hout meteen te scharen, zei d'aa heks, mè kik wèveul (= hoeveel) pannen dat doa kapot zijn op mijnen oven.' Toen viel doa e takske af van ene boom en het viel op heer höud (= hoofd) en ze had de kop in. 'Dat komt tevan, zei hare man wa in de deur stond, doa lig(t) zje nu!' Toen hebben we ze uitgedragen - ich heb nog moeten helepen - mè ze kon nie stereven. De pastoor is moeten komen, niemand wilde het haar afnemen. En die is toen in- en uitgegaan voor het haar maar af te nemen, en toen is ze gestoreven.

Beschrijving

Een heks sprak tegen haar dochter, die bij hevige wind houtspaanders aan het verzamelen was: "Denk je dat het nu zin heeft om hout bijeen te vegen?" Het volgende ogenblik vloog er een tak tegen het hoofd van de heks, die daardoor op de grond viel. "Dat komt ervan, daar lig je nu", sprak haar man. Hoewel de heks zwaar gewond was, kon ze niet sterven vooraleer iemand haar kunsten had overgenomen. Uiteindelijk is de pastoor moeten komen om de heks haar krachten af te nemen. Daarna stierf ze.

Bron

M. Dreezen, Leuven, 1967

Commentaar

2.1 Heksen
limburgs (tongeren en omstreken)
834
memoraat

Naam Locatie in Tekst

Koninksem    Koninksem