Hoofdtekst
19 Gij hebt daar nog eens een heks zien zitten met een voile...18B Jawel (lacht) Jawel. Dat waren.. .een broer van haar was dat, en dan moet ik zeggen een andere kameraad, en die gingen altijd, zullen we zeggen, ergens slapen zeker, en dan 's avonds daar heen. En die mannen zeiden : »We zullen die bang maken, » en als die...Ik zeg het rond dat uur, ik zal daar in de buiten zijn. En die ene had zijn voile rondgedaan. En dan moet ik zeggen, hadden ze nog een koord gespannen. En die kwam daaraan, hé, maar die ander...die stond daar misschien dikwijls tweehonderd meter vanaf, die zei: »Ik zal weieens naar buiten komen ! » en die...Ja natuurlijk die wilde dan nog gaan lopen zullen we zeggen , hé. En die andere die drong daar kort zo naast door. En die voile raakte die nog. En dan omver zeker, en schreien. Schreien dat die deed natuurlijk. Toen waren die mannen gaan lopen zo daar dat bos door zal ik maar zeggen. Daar hingen overal de stukken voile aan. Maar die vader had dat niet.. .ik denk niet dat die dat geweten heeft, toen een broer dan van haar, die woonde korter op hier af. En toen waren ze daar gaan zeggen : « Ge moet zeggen dat we de hele avond hier gezeten hebben. » Maar die had daarvan in bed gestoken, hé, dat meiske, hé. Van die schrik, hé. Ja, die zei: « Dat is een heks of een spook», hé, ja...Dat waren mannen die dat daarvoor gedaan hadden, hé.
Beschrijving
Enkele mannen verkleedden zich met een laken en spanden een koord over de weg om een voorbijganger bang te maken.
Bron
A. Helsen, Leuven, 2001
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
antwerps (veerle)
18B
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Veerle   

