Hoofdtekst
‘k Benne ‘k ik eigenlijk van Lêegem hé. En als we klene waren, spookte ’t altijd op ’t kasteel van Moorsele. De mensen van ’t omliggende gingen daar altijd ’s nachts gaan kijken rond den twaalven.Het was daar ’n wal rond ’t kasteel, en de mensen gingen daar naartoe om te zien en te horen spoken. En ze kosten daar muziek horen en al rare dingen.En dat vrouwmens die daar weunde, dat was Mietie Bakkers. Dat was ’n rijk maar slecht vrouwmens.En ze ging ‘ne keer ‘ne souper geven voor de sekretaris en al de groten. En al die mensen zijn kort daarop aardig ( = eigenaardig) gestorven. En als ze dood was spookte ’t er.En de mensen gingen met grote benden kijken, ze hoorden zilder geruchte en vogels kraaien te midden de nacht. Daar was eigenlijk niet vele te zien, maar meer te horen.
Onderwerp
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
Beschrijving
Op het kasteel van Moorsele spookte het om middernacht. Wanneer men rond de wal van het kasteel liep, kon men muziek horen. De vrouw die daar woonde, was rijk, maar had een slecht karakter. Nadat ze de secretaris en andere belangrijke mensen had uitgenodigd voor een etentje, zijn al die mensen in vreemde omstandigheden gestorven. Toen de vrouw zelf dood was, spookte het in het kasteel. Er was niet veel te zien, maar men hoorde allerlei geluiden, onder meer het gefluit van vogels.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
286
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Moorsele (kasteel van)   
kasteel van Moorsele   
Naam Locatie in Tekst
Avelgem   
Plaats van Handelen
Moorsele   
