Hoofdtekst
En ’t gingen d’r ne keer gaan vrijen naar Zwevezele en die dochters hân de name van te kunnen toveren. En die venten moesten daar alten voort tegen ten twaalven ’s nachts. En ze bleven ne keer zitten voor te kijken en ten twaalven stoend da wuuf rechte en ze pakt den bezem en ze gaat naar buten. En ze gaan kijken en ze was weg en z’hèn ze nie meer gezien.
Beschrijving
Enkele mannen gingen op bezoek bij hun vriendinnen die in Zwevezele woonden. Over die vrouwen vertelde men nochtans dat ze konden toveren. De mannen moesten er om middernacht altijd vertrekken. Op een avond bleven ze toch een keer zitten om te kijken wat er gebeurde. Om middernacht sprong de vrouw recht, nam een bezemsteel en ging naar buiten. De man ging ook naar buiten, maar hij kon de vrouw al niet meer zien.
Bron
P. Vandewalle, Leuven, 1968
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (o van houtland)
268
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Wingene   
Plaats van Handelen
Zwevezele   
