Hoofdtekst
Da was as we nog ma ves getrouwd ware en toen kwamp nonkel Rie van de kermis en we woonde hie nog ma just. En toen kwamp hem zegge: "Octaire as ge geere mee gaat zien, hie is een dwaaslicht se". En toen was ’t daaronder de wei en toen kos ik da nemieje zien. En toen zeg ik ma boes is da. "Dat is zoewe lak ne dikke vuurbol" zei hem en dieje danst altijd voort over de moeras en toen was dieje weg.
Beschrijving
Toen Rie terugkwam van de kermis, zag hij een dwaallicht. Het licht zag eruit als een dikke vuurbol die heen en weer danste boven de moerassen.
Bron
M. Vankerkhoven, Leuven, 1964
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
limburgs (grensgebied kempen-hageland)
39
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Rie   
Naam Locatie in Tekst
Tessenderlo   
