Hoofdtekst
Ik heb eens horen vertellen van een die rond de deuren ging en die had geen goeie naam. In een huis waar twee kinderen waren wou ze ieder een schone appel geven maar de moeder wou dat niet hebben. Maar gelijk kinderen zijn, die waren daar fel op en toen de moeder haar rug gedraaid had, gaf ze elk een appel en toen was ze weg. Maar de moeder zag het en ze nam de appelen gauw af. Het waren schone, rode appelen en de moeder legde ze in een ketel en die zette ze op 't vuur. Toen dat kookte, lichtte ze het deksel op en toen sprongen me daar twee padden uit.
Onderwerp
SINSAG 0586 - Von Hexe empfangene Äpfel verwandeln sich in Kröten   
Beschrijving
In een dorp hing altijd een vrouw rond die een slechte naam had. Op een dag wilde de vrouw aan twee kinderen een mooie appel geven. De moeder stond het niet toe. De kinderen wilden echter niet luisteren, en namen elk een appel aan toen hun moeder het niet zag. Toen de moeder wat later de appelen vond, legde ze die in een ketel op het vuur. Na een kwartier deed de moeder het deksel open en zag tot haar grote schrik twee padden uit de ketel springen.
Bron
F. Beckers, Leuven, 1947
Commentaar
2.1 Heksen
zuid-limburgs
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Genoelselderen   
