Hoofdtekst
In nen bos leefdegen een vrouwken mee een ouw manneken. En ’t er kwam hun altijd ne weerwolf schouw maken buiten. En op ne zekere keer jaagdegen de vrouwe ze weg mee ne moor (waterketel) mee koken[d] water. En op ne andere keer waren ze in den bos en de weerwolven kwamen weer, maar z’en hadden geen kokend water; ze kropen in nen boom en de man riep: “Triene, giet” en ze waren er weer vanaf.
Beschrijving
In het bos woonde een vrouw met een oude man. Omdat buiten een weerwolf rondliep, nam de vrouw een pot kokend water om over de wolf te gieten. Op die manier konden de mensen de weerwolven verjagen. Toen er op een dag weer een weerwolf in de buurt was en de vrouw geen kokend water had, riep de man: “Vrouw, giet!” Daarop liep de wolf al weg van angst.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
1.6 Weerwolven
oost-vlaams (denderstreek)
702
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Idegem   
