Hoofdtekst
Do was ene nonk van mene pa bij. Van Wolder woor die. En ze kunnen met drei van Munster van de kermis en zagen aan de Zwarten Lieven Heer enen dikken eik en do zat om een uur of twee drei een vrouw op. En die was h'r aan 't kammen en die drei begosten die vrouw uit te lachen. En duw zei ze: 'Gaat maar door, jongen, de nacht is voor mich en de dag is voor iech (u).' En die pakten ene schrik en klopten do op de deur van 't joste (eerste) huis. Dat woor een heks.
Beschrijving
Drie mannen die 's nachts terugkwamen van de kermis in Munsterbilzen, zagen bij de Zwarte Lieve Heer een vrouw op een omgehakte eik zitten. Toen de vrouw haar haren kamde, lachten de mannen haar uit. Daarop sprak de vrouw: "Ga maar verder, de dag is vor u en de nacht is voor mij". Het was een heks.
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (bilzen)
291
Oom van de vader van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Zwarte Lieve Heer   
Naam Locatie in Tekst
Rosmeer   
Plaats van Handelen
Munsterbilzen   
