Hoofdtekst
Toverije dat bestoeg zei nuzen ouden paster. En nus kind dat was ook betoverd van een vrouwmensch hier op de prochie, en me goengen naar de paters met peerd en voeteure (voiture), en me waren ossan in de dijken. En de paters zeien: “’t En gaat niet meer gebeuren in ’t weerekeren”. En ’t kind heeft dan ook gebeterd.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een moeder wiens kind betoverd was door een vrouw uit het dorp, ging met het kind naar de paters. Onderweg sloeg de kar altijd om. De paters beweerden dat dat op de terugweg niet meer zou gebeuren en dat het kind zou genezen. De geestelijken kregen gelijk.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (franse grens)
203
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Oostcappel   
