Hoofdtekst
Ich had een goeie kennis, en die kwam altijd langs de kasteelderswei, dat is een grote wei tussen Rekem en Neerharen, waar vroeger een kasteel gestaan heeft. En dat was een heel grote wei, daar waren somtijds tot driehonderd koeien en kalveren en stieren in. En hij zei: "Daar geef ik mijn leven voor: ik kwam om tien ure langs de kesteelderswei, het hele veld zat vol koeien, kalveren enzovoorts hé", en dat gebeurde elke avond, en het volksgeloof wou dat dat het werk van een heks of een of andere geestverschijning was, die de dieren toeliet doorheen de afrastering, de omheining te gaan, of die die omheining vernielde.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Op de weide tussen Rekem en Neerharen stond vroeger een groot kasteel. Een man die omstreeks tien uur 's avonds naar huis wandelde, zag soms wel driehonderd koeien en kalveren in die weide lopen. Eén of andere geestesverschijning hielp de dieren door de omheining.
Bron
P. Knabben, Leuven, 1970
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (maasvallei)
N/VI/535
fabulaat
Bandopname
Naam Locatie in Tekst
Neerharen   
Plaats van Handelen
Rekem   
Neerharen   
