Hoofdtekst
19 In Val was er wel een spook, hé.I Ja?19 In Val, ja. De vuurbol.I De vuurwolf?19 Nee, de vuufbol.I En wat was dat dan?19 Dat was een bol die de ‘läöi’ naliep. En die ging dan naar het huis van de ‘läöi’ en dan moesten de ‘läöi’ bidden en dan ging hij weer weg.15 Ja voilà, dat zijn van die zaken dat Hilde zoekt.19 En die ontstond in de ‘Moets’, in de ‘Wangerebaerg’.I Ah!19 Tussen ‘Wang’ en Val.I Hebt ge die zelf ook al gezien?19 Nee! Dat heb ik m’n ma (= † Henriëtte L’Hoest - Mertens, Bolderstraat 4) ook maar horen vertellen.15 Jaja, van die zaken vertelden ze dan.19 Mijn ma was al drieëndertig jaar. De vuurbol, ja. Dat was een bol, dat was mogelijk; dat waren misschien van die maden - hoe heten die? Je hebt van die maden wat glinsteren (= glimwormen).15 Ja, van die wormen. Wat is het dikwijls?19 En dat die… (= onverstaanbaar). Ze zagen het rollen, hé.
Beschrijving
In Val zweefde een vuurbol rond, die de mensen volgde. Die vuurbol ontstond in de Wangereberg in Moets tussen Wang (?) en Val. Wellicht was die vuurbol niets meer dan glimwormpjes.
Bron
H. Schoefs, Leuven, 1996
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
limburgs (groot-riemst)
17U 332
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Millen   
Plaats van Handelen
Moets (?)   
Wang (?)   
Wangereberg (Val?)   
Val   
