Hoofdtekst
Brozen de Bie daar wordt er ook wat van verteld. Den grave van Brugge was op jacht en d’er was een groot onwere en al d’andre waren gevlucht maar den Grave was verdoold. Hij kloptige aan een deurken van nen armen bezembinder en wierd binnen gelaten. Die mensen en kendigen hem niet en ze zagen dat ’t nen jager was. Hij moest in dat huizeken slapen op een bedde van mos en hij at getemelk mee roggen brood. Die mensen waren arm hé. En ot hij voort ging hij gaf de vrouwe nen diamanten ring. En ’t sanderendaags stuurdige hij een bode mee een perkament dan de bezembinders mosten den berk snijden tot den eersten of den derden knoop voor niets en dat ten eeuwigen dage. Want diene vent had zijn beklag gedaan danze moesten belastinge betalen aan den boswachtre. En de grave gaf ton die vergunninge en die vrouwe kreeg de ring.
Beschrijving
Toen de graaf van Brugge aan het jagen was, raakte hij verdwaald tijdens een onweer. De graaf klopte aan bij een arme bezembinder en werd binnengelaten. De arme mensen herkenden de graaf niet en ze lieten hun gast op een bed van mos slapen. Hij kreeg geitenmelk met roggebrood. Toen de graaf vertrok, gaf hij de vrouw van de bezembinder een diamanten ring. De volgende dag kreeg de bezembinder van de graaf een vergunning om tot in de eeuwigheid de berkenbomen tot aan de eerste of derde knoop gratis om te zagen. De bezembinder was immers al eerder gaan klagen over het feit dat hij belastingen moest betalen aan de boswachter.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, 1963
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
478
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Brugge (graaf van)   
graaf van Brugge   
Naam Locatie in Tekst
Maldegem   
Plaats van Handelen
Brugge   
