Hoofdtekst
’t Kwam dor e peerdemarchand van de mart van Brugge. Enn’had èn indelikschen groten hoend mee. Lansen de weg, roend Torhout, droenkten e pinte. Enne gerochte ozo in contact met mannen. En otten voortging wossen angerand deur de die wormee datten gezeten had. De twee bandieten woren ferme gebeten deur dien hoend en z’èn moeten laten gon. Ze keerden were nor die cafés mor z’èn toen nog vele zottighedenb meugen horen wè omdat z’hem an laten gon. E tijd later wos die marchand uut weerwrake olglijk angerand. Die marchand wos van Roeselare. Dat is ollemale van ’t boek te lezen. ‘k En wel drie keer gelezen.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Een paardenhandelaar uit Roeselare kwam met een grote hond terug van de markt in Brugge. In de buurt van Torhout hield de man halt om iets te drinken. In de herberg raakte de handelaar aan de praat met twee mannen. Toen de handelaar zijn weg voortzette, werd hij door die twee mannen aangevallen. Omdat ze door de hond werden gebeten, moesten de rovers de handelaar laten gaan. Enige tijd later heeft men de handelaar opnieuw aangevallen uit wraak.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
30F
fabulaat
De informant deelt mee dat deze informatie uit een boek over Bakelandt komt.
Naam Overig in Tekst
Bakelandt   
Bakelandt (bende van)   
bende van Bakelandt   
Naam Locatie in Tekst
Klerken   
Plaats van Handelen
Brugge   
Torhout   
Roeselare   
