Hoofdtekst
Een vro hâ de nôm. Ze vrug of ich wist was ze wor. 'Neeje' zee ich. 'Ze zegge da ich een heks ben want oer moeder en heur kind liepe van mich weg. Ze zeje da ich heur dochter behekst hâ omda ze van alles uit heure strooizal hôlde.'
Beschrijving
Een vrouw sprak tot iemand die ze kende: "Ze zeggen dat ik een heks ben. Een moeder en een kind liepen van mij weg. De mensen beweren dat ik het kind heb behekst, omdat het allerlei zaken uit zijn tas haalde".
Bron
M. Hermans, Leuven, 1966
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (herk-de-stad)
453
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Schakkebroek   
