Hoofdtekst
Pastoor redt betenveld.Ons betteraven werd afgebeten. Ik ging bij onze paster (L.V.). Hij deed dat niet geern als de mensen dat zagen. Hij zei dat hij wel ne keer op zijnen alleen zou gaan kijken. Hij ging er naartoe en ge meugt gerust zijn, ’t was gedaan mee het afbijten.
Beschrijving
Op een boerderij in Vlekkem werden de suikerbieten opgegeten. De mensen gingen naar de pastoor, maar die kwam niet graag naar de boerderij. Uiteindelijk kwam hij toch en bleef een tijdje alleen op het veld. Daarna werden de bieten niet meer opgegeten.
Bron
P. Henderickx, Leuven, 1959
Commentaar
2.2 Tovenaars
oost-vlaams (tussen schelde en dender)
320
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Vlekkem   
Plaats van Handelen
Vlekkem   
