Hoofdtekst
Wan Trien en de brandende kaarsen.Wan Trien die weunden in ’n klein huizeken en die ou d’r euk azuë ’n klein schuurken en da lag vol mee lis en hooi en in da schuurken liep ze rond mee brândende keisen; alè ze zou vier gemoukt hên in heur schuurken, war. Nou iederiën peinsde da zal d’r nekir afbrannen. En de mannen van de aschrantie kwamen euk iës kijken. En Wan Trien zee: “Da kan hier nie brannen!” Ze pakten nen huëp hooi buiten en ze zetten d’r ’n keise midden inne te brannen.? Mor da hooi nie in brand schieten, he!
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een vrouw woonde in een klein huisje met daarnaast een schuurtje dat vol hooi stak. In de schuur liep de vrouw altijd rond met brandende kaarsen, waardoor de mensen geloofden dat het gebouw wel een keer zou afbranden. Toen de mensen van de verzekering een kijkje kwamen nemen in de schuur, zei de vrouw: "De schuur kan niet afbranden". Ze legde een bussel stro buiten en zette er een kaars op. Merkwaardig genoeg vatte het hooi geen vuur.
Bron
H. Arens, Gent, 1954
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (land van waas)
19
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sombeke   
