Hoofdtekst
'Op Sleebereg' doa daasde (= dansten) de heksen alle nachten in ene ring. Doa was een juffrouw van Hasselt, uit ene stoffewinkel wa hare beker verloren had. Het was oogs(t) en 's anderendaags was ene man op 't veld, die vond de gouwe kelek in 't graan, met hare naam en alles op. De man he(ef)t het haar teruggedragen en dat was e kopstök (= kopstuk) van de heksen. En ze vroeg hem ofter (= of hij) het al tegen iemand verteld had en ofter het al aan iemand had laten zien. 'Nein' zei de man - he was het direk gaan terugdragen - Ze zei : 'Kom met de winkel in en kies oech (= U) de twie schoonste kostuums en zeg tegen niemand niks.' Mè dat was ene grote ring, ze! en doa wilde nog gee(n) gras of niks niemee wassen. Ze hadden muziek en al met hun, ze!
Onderwerp
SINSAG 0502 - Der goldene (silberne) Becher.   
Beschrijving
Op Sleiberg dansten de heksen elke nacht in een kring. Waar de heksenkring was gevormd, groeide geen gras meer. Op een nacht had een juffrouw uit een stoffenwinkel in Hasselt tijdens de dans haar gouden beker verloren. Tijdens de oogst vond een boer de beker tussen het graan. Omdat de naam en het adres van de eigenares op de beker stonden, besloot de boer de gouden kelk terug te brengen naar Hasselt. De eigenares van de beker bleek de leidster van de heksen te zijn. Als beloning voor het terugbrengen van de beker, mocht de man twee maatpakken uitkiezen. Hij moest de heks wel beloven aan niemand iets te zullen vertellen over de beker.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (tongeren en omstreken)
566 (1)
fabulaat
'Sleiberg' is de naam van een veld in Lauw.
Naam Locatie in Tekst
Lauw   
Plaats van Handelen
Sleiberg   
Hasselt   
